Motoriek

De motoriek van je kind blijft zich ontwikkelen. Kinderen leren steeds beter bewegen: ze gaan fietsen, zwemmen en typen. De bewegingen worden steeds fijner en preciezer. Het tempo waarin kinderen leren bewegen is voor ieder kind anders. Sommige kinderen zijn sneller en handiger dan anderen.

Fijne motoriek

Fijne motoriek gaat over de kleine bewegingen, bijvoorbeeld van de handen en vingers. Je kind oefent dat op allerlei manieren: door te knutselen, met bestek te eten, veters te strikken, een instrument te leren bespelen, te tekenen en te (leren) schrijven.

Beweging

Voldoende beweging is heel belangrijk. Je kind moet zich lekker kunnen uitleven en zijn energie kwijt kunnen. Veel bewegen voorkomt bovendien overgewicht. Je kind oefent zijn motoriek door te spelen. Wanneer je kind veel spelletjes doet, krijgt het behoorlijk wat lichaamsbeweging. En veel buiten spelen is natuurlijk ook erg goed voor je kind.

Hoeveel beweging heeft je kind nodig?

Volgens de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad hebben basisschoolkinderen elke dag minimaal een uur matig of zwaar intensieve beweging nodig om gezond te blijven. Buitenspelen, naar school te fietsen en wandelen zijn goede manieren om meer te bewegen. Daarnaast adviseert de Gezondheidsraad dat kinderen minimaal drie keer per week bot- en spierversterkende activiteiten doen.

Het is ook belangrijk om ervoor te zorgen dat je kind niet te veel zit. Laat je kind na elk half uur zitten, even opstaan om te bewegen. Bijvoorbeeld om een glas water te halen, een paar kniebuigingen te doen of om te springen op de plaats.

Matig intensieve inspanning                 

Bij matig intensieve inspanning, gaat je kind wat sneller ademen en gaat de hartslag omhoog. Je kind kan nog wel makkelijk praten. Voorbeelden van matig intensieve activiteiten zijn:

  • wandelen (boswandeling, speurtocht, naar vriendjes lopen);
  • fietsen (naar school);
  • helpen in het huishouden (grasmaaien, stofzuigen).

Zwaar intensieve inspanning

Bij zwaar intensieve inspanning gaat je kind veel sneller ademen en stijgt de hartslag flink. Je kind heeft moeite om nog hele zinnen met gemak te kunnen uitspreken. Voorbeelden van zwaar intensieve inspanning zijn:

  • sporten bij een vereniging (turnen, hockey, tennis);
  • zelfstandig of met vrienden sporten (hardlopen, voetballen, skaten);
  • gymles op school.

ᅠSpierversterkende activiteiten

Dit zijn bewegingen die de spieren versterken. Voorbeelden van spierversterkende activiteiten die geschikt zijn voor basisschoolkinderen:

  • een bal overgooien;
  • in het klimrek slingeren;
  • krachttraining, maar dan wel onder professionele begeleiding.

Botversterkende activiteiten

Dit zijn bewegingen die de botten versterken. Voorbeelden van botversterkende activiteiten die geschikt zijn voor basisschoolkinderen:

  • touwtjespringen;
  • traplopen;
  • dansen.

Risico's leren inschatten

Het is belangrijk dat kinderen tijdens het spelen de ruimte krijgen om te ontdekken. Zo leren ze om risico's in te schatten en ze verleggen hun grenzen. Kinderen vinden het leuk om risicovol te spelen omdat ze hierbij opwinding, spanning en trots ervaren. Natuurlijk moet je kinderen beschermen tegen risico’s. Maar een bult of een schaafwond is vaak helemaal niet erg. Sterker nog, het is juist goed als je kind de ruimte krijgt om tijdens het spelen te ontdekken.

Achterstand in de motoriek?

Als je vermoedt dat je kind een achterstand in de motoriek heeft, vraag dan advies aan je huisarts of ga langs bij het sociale team bij jou in de buurt.